Dat je dochter doorzeefd wordt met kogels

“Ik hoop dat jouw dochtertje doorzeefd wordt met kogels en sterft op een koude cafévloer.” Je zult het te horen krijgen. Als rechtbankverslaggever hoor ik veel akelige dingen in de zittingszaal. Bij de ene zaak trek ik mijn wenkbrauw op, bij de andere zaak duurt het even voor de knop is omgezet. Het is niet alleen maar moord, doodslag en verkrachting of misbruik van kleine meisjes van vier jaar jong, je hoort ook de meest hartverscheurende slachtofferverklaringen.

Als iets je niet meer raakt

Bijvoorbeeld van een moeder die haar dochter door achttien messteken verloor aan een jaloers vriendje. Haar snikkende verhaal over haar dochter. Hoe stil het was in huis. Oorverdovend stil zonder haar. Dat moeder nog ademde maar niet meer leefde. Bodes, rechters, belangstellenden, verslaggevers; Het was slikken tegen de tranen. Professioneel? Ja. Zodra iets je niet meer raakt moet je stoppen met dit werk.

Humor in de zittingszaal

Humor in de zittingszaal? Zeker. Een slachtofferverklaring voorgelezen door een man wiens huis is leeggeroofd door een bende van twee. Zodra de bestolen man in tranen vertelt over wat hem is ontnomen, roept de verdachte: “Ach, schei toch uit man. Wat was het ding nou helemaal waard, zeg!”

Haat

Vorige week hoorde ik een slachtofferverklaring die me wel even zal bijblijven. Niet alleen vanwege de inhoud maar vooral omdat er tijdens deze voelbare haat richting de verdachten niet werd ingegrepen door de rechter.

Kogelregen

Het is 2012. In een café maakte een kogelregen een eind aan het leven van de 45-jarige broer. Haar broer. Eén verdachte werd opgepakt in Frankrijk en een andere verdachte zou het wapen hebben geleverd. Een dossier van bijna zesduizend pagina’s.

Het was haar beurt. Zij mocht laten horen wat dit alles met haar deed, een doodgeschoten broer. Wat het met haar ouders heeft gedaan. Dat ze haar broer in het mortuarium smeekte op te staan en dat hij het niet deed.

En dat komt door deze klootzakken

“En dat komt door deze klootzakken hier voor mij. Door deze klootzakken leeft hij niet meer!” De voorzitter van de rechtbank greep kort in maar zus ging door. De stilte in de zittingzaal was voelbaar terwijl ze haar haat spuwde. Wat ze deed, kon niet. Ook wettelijk niet. Trillend van woede, zenuwen en vol van haat zei ze de volgende woorden: “Ik hoop dat jouw dochtertje doorzeefd wordt met kogels en sterft op een koude cafévloer.”

Spreekrecht

Op een paar zuchten van afschuw na, bleef het stil. De rechter greep niet in. Wellicht om te voorkomen dat deze vrouw volledig door het lint zou gaan. Het spreekrecht -op deze manier- gaat te ver. Het mag slechts een verwoording zijn van de impact van het misdrijf, hoe afschuwelijk ook. Het mag nooit oordelend zijn of veroordelend. Daar hebben we rechters voor. En wensen dat ‘het dochtertje van de verdachte(nog steeds verdacht, nog geen dader) doorzeefd zal worden door kogels’… Die trend gaat volledig aan mij voorbij. Totaal out of line.

Emoties

Uiteraard. De woede wordt begrepen. De onmacht ook. Het verdriet. Indien zelf meegemaakt, is daar volop herkenning en begrip. Daar mag plaats voor zijn in de zittingszaal. Slachtoffers krijgen daarvoor ook steeds meer ruimte. Misschien zelfs teveel.

Wat mij deed fronzen is de vraag hoe deze zus vol haat in de zittingszaal staat met haar toga aan. Ze valt niet alleen verbaal aan, ze verdedigt ook.

Ze is namelijk advocate.

Dit artikel van mij verscheen eerder op The Post online

Karin Smalbil is rechtbankverslaggever in de rechtbank van Groningen.  Op haar site:www.karinsmalbil.com kunt u haar artikelarchief lezen.

Dit bericht is geplaatst in Achtergrond, Rechtbank met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *