Het vluchtkoffertje – Opweg naar 4 mei

31841-A-B_1In de bevrijdingsdagen van April 1945 woonde ik in de binnenstad van Groningen in de Papengang op de hoek met de Peperstraat. Daar had ik een vluchtkoffertje voor het geval wij moesten vluchten voor het oorlogsgeweld. Wij hoorden dat de bevrijders al dichterbij kwamen en de stad naderden.

Mijn verloofde was bij ons thuis ondergedoken. Hij was in 1940 militair en heeft ook in de oorlogsdagen van mei 1940 gevochten tegen de Duitsers. Hij heeft zich niet gemeld voor krijgsgevangenschap en werd gezocht door de SD. Bij zijn ouders thuis werd alles overhoop gehaald en zijn vader werd bedreigd, maar die heeft aldoor gezegd dat zijn zoon naar de oorlogsdagen niet meer naar huis is gekomen.

Bij ons thuis was een vluchtweg over daken en pakhuizen en kelders naar een ander onderkomen. Toen wij hoorden dat de Canadezen de stad naderden, wilde mijn verloofde naar zijn ouders, die woonden aan de Grachtstraat in het Noorderplantsoen. Daar was het alles nog rustig, tot het tijd werd om terug te gaan naar mijn huis.
Maar wij konden er al niet meer weg. De kogels gierden door de voorkamerramen en vlogen ons om de oren, dus wij vluchten naar de achterkamer. Ik zat daar onder de eettafel te rillen van angst. Maar daar waren wij ook niet veilig: er waren aldoor inslagen in en om ons heen.

Uiteindelijk zijn wij achter het huis in een fietsschuurtje gevlucht. Daar hebben wij een dag doorgebracht, tot er tussen twee daken een figuur te voorschijn kwam. Hij was helemaal gecamoufleerd en had een stengun op ons gericht. Toen dacht ik: “nu zijn wij er geweest”, totdat hij tegen ons begon te praten in het Engels en wij weer adem konden halen. Hij vroeg aan ons of hij over ons dak mocht, dan kon hij de Duitsers in het plantsoen, die hevig tegenstand boden, liquideren. Natuurlijk mocht dat van ons.

Er is verschrikkelijk gevochten in het plantsoen. Zondags zijn wij voorzichtig naar buiten gegaan. In het plantsoen lagen allemaal gesneuvelde soldaten, een intriest gezicht. Wij hoorden en zagen dat de binnenstad in brand stond en wij hadden niets anders dan de kleren die wij aan hadden. Mijn vluchtkoffertje stond thuis bij mijn ouders, daar hebben ze een voltreffer op het huis gehad. Maar mijn vluchtkoffertje is gespaard gebleven.

Mevrouw H.B. Wagenaar-Hendriks, Groningen

Dit bericht is geplaatst in Achtergrond met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *